Vaststellen stroke index

Vele golfspelers verkeren onterecht in de veronderstelling dat de Stroke Index de moeilijkheidsgraad, in volgorde, van de holes aangeeft. Echter, de belangrijkste uitgangspunten voor het opstellen van een Stroke Index zijn als volgt:

  1. De Stroke Index heeft nagenoeg geen invloed op de Handicaps van de spelers, en is belangrijker bij Matchplay dan bij (vormen van) Strokeplay.
  2. De moeilijkheidsgraad van elke hole speelt wel een rol, maar is ondergeschikt gemaakt aan de regelmatige verdeling van slagen.
  3. Het basisprincipe bij het vaststellen van de Stroke Index is de spelvaardigheid van spelers van verschillende speelsterkte zo rechtvaardig en gelijkmatig mogelijk te nivelleren door op de juiste holes Handicap Slagen toe te wijzen.

Om aan deze uitgangspunten te kunnen voldoen, vooral bij Matchplay situaties, zijn er door de NGF een aantal richtlijnen opgesteld voor het bepalen van een Stroke Index. Bij het vaststellen van de nieuwe Stroke Index bij Leeuwenbergh zijn deze richtlijnen zo veel mogelijk gevolgd.

Omdat de Stroke Index bij sommige mensen tot verbazing en zelfs onbegrip leidt, hebben wij hieronder ter uitleg de belangrijkste richtlijnen voor het vaststellen van een Stroke Index op een rijtje gezet: 

Richtlijnen voor het vaststellen van een Stroke Index (S.I.):

  • Bepaal de relatieve moeilijkheidsgraad van een hole. De beste manier om dit te doen is door het verschil in de gemiddelde score per hole tussen spelers uit Handicap Categorie 1 en “Bogey” spelers (Handicap tussen 15.5 en 22.4) uit te werken. Het resultaat is de zgn. Average Score Difference (A.S. Verschil); Let op! Wij hadden op Leeuwenbergh geen ervaringscijfers voor Holes 3 (als par 4), 15, 16, 17 (allemaal nieuw) en 18 (als par 5). De relatieve moeilijkheidsgraad voor elk van deze holes was dus een “gok”.
  • Bepaal de moeilijker van de 2 x 9 holes, meestal is dit de langste 9 holes. Ken de oneven slagen op de moeilijkste 9 holes toe, en ken de even slagen op de andere (korter) 9 holes toe.
  • De eerste Handicap Slag behoort te worden toegekend aan een hole zo dicht mogelijk bij het midden van de eerste negen holes: hole 4, 5, 6, of 7. Geen Par-3. De tweede handicap slag behoort op soort gelijke wijze te worden toegewezen aan hole 12, 13, 14, of 15;
  • Vermijd slagen op aangrenzende holes voor S.I’s 1 t/m 6;
  • het is voor Matchplay met handicap verrekening zeer belangrijk dat de gekregen slagen voor alle handicap verschillen evenredig zijn verdeeld over de 18 holes; Let op! Voor deze reden hebben wij op Leeuwenbergh S.I. 6 aan hole 14 toegekend. Het zit namelijk tussen twee relatief makkelijk par 3 holes (hoge S.I.’s) die beiden een lage A.S. verschil hebben;
  • Om een goede verdeling te bewerkstelligen is het advies om S.I.’s 1 t/m 4 niet op de holes 1, 2, 3, 16, 17 of 18 toe te kennen. Let op! Hiervan zijn wij op Leeuwenbergh afgeweken door S.I. 4 toe te kennen aan Hole 18, die wij dachten een hoge moeilijkheidsgraad te hebben. Dit was ook enigszins bewezen dit jaar tijdens de Haagse Open. Het was de moeilijkste hole op de baan!
  • Na het toewijzen van de eerste tien slagen wordt de rest zo gelijkmatig mogelijk, en zoveel mogelijk op basis van de rangorde van A.S. Verschil verdeelt.

Toekomst
Als de indeling van de baan stabiel is (midden 2016), zullen wij de Stroke Index weer onder de loep nemen, en aan de hand van de actuele ervaringscijfers de Stroke Index, indien nodig, opnieuw aanpassen, volgens de dan geldende richtlijnen van de NGF en het EGA Handicap Systeem 2016 - 2020.